Beloning en transparantie

De Wet op het financieel toezicht (Wft) is op 1 januari 2007 in werking getreden. Een van de belangrijkste onderdelen van de Wft zijn de belonings- en transparantieregels met betrekking tot complexe producten. Vanaf januari 2008 is de OvFD, namelijk de toenmalige VvHN, intensief betrokken geweest bij een groot aantal overleggen met het ministerie van Financiën inzake de harmonisatie van de transparantie samen met de NVA, NBVA, het Verbond van Verzekeraars, de AFM, de NVB, de Consumentenbond en de Vereniging Eigen Huis.

Aanleiding tot deze overlegronde was dat er op een gegeven moment voor de diverse financiële producten verschillende transparantieregimes bestonden. Ieder regime met zijn eigen regels en afspraken. Door deze verschillen zou de informatie die de consument ontvangt omtrent de beloning bij de verschillende financiële producten zeer divers zijn. Tevens zou een ongelijk speelveld tussen de verschillende hypothecaire producten worden gerealiseerd. Op aandringen van de Tweede Kamer is met betrokken partijen overlegd over de manier waarop deze regels kunnen worden geharmoniseerd.

Het ministerie van Financiën heeft vervolgens deze harmonisatievoorstellen voor éénduidige transparantie van beloningen verwerkt door het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (Bgfo) aan te passen en dat via een consultatiedocument aan de markt voor te leggen. Het consultatiedocument was een compromis waarbij alle partijen aan de onderhandelingstafel, dus ook de OvFD, hebben moeten inleveren.

De Vaste Kamercommissie voor Financiën heeft op 6 november ingestemd met de harmonisatievoorstellen van minister Bos. Dat betekent het volgende.

Volledige kostentransparantie
Het intermediair zal voor de complexe producten per 1 januari 2009 concrete, nominale beloningstransparantie aan de consument moeten geven. De intermediaire koepels zijn hier altijd voorstander van geweest, vanuit het oogpunt van optimale transparantie voor de consument. Daarbij was het voor ons wel een absolute voorwaarde dat de consument ook volledig inzicht zou krijgen in de overige nominale kosten van een complex product, die door de aanbieder worden ingehouden. Bij de distributie van dezelfde financiële producten moet voor iedereen tenslotte een gelijk speelveld bestaan.

Het overleg heeft ertoe geleid dat ook aanbieders hun nominale kosten in 2009 transparant moeten maken en dat aanbieders die zelf hun producten adviseren en verkopen een kostenverklaring moeten opnemen. Hiermee moeten ze dus expliciet aangeven aan de consument dat ook zij kosten maken voor het adviseren en verkopen van de producten en dat hun adviseurs mogelijk ook prikkels krijgen om bepaalde producten te verkopen.

Door deze maatregelen is uiteindelijk wel bereikt dat het level playing field tussen de verkoop via het intermediair en de verkoop door aanbieders zelf beter gewaarborgd is.

Dienstverleningsdocument
De minister wil een dienstverleningsdocument invoeren met een heldere beschrijving van de te verwachten dienstverlening en de daarbij bijbehorende kosten. Dit document, dat inmiddels tot dvd is gedoopt, moet daarbij inzicht geven in de manier waarop die kosten in rekening worden gebracht, bijvoorbeeld door middel van een provisie of door directe betaling van een rekening aan de adviseur.

Een dvd moet voorafgaand aan de start van de advisering (na de oriëntatiefase) worden opgesteld en te worden getekend voor ontvangst. In het geval van betaling via provisie is het exacte bedrag van de provisie op dat moment nog niet duidelijk want deze hangt af van het uiteindelijk geadviseerde product. Het document moet een bandbreedte van de provisie per producttype geven waarbij moet worden uitgelegd dat de exacte provisie afhankelijk is van het gekozen product en de betreffende aanbieder. De dvd zal per 1 juli 2009 verplicht worden.

Compensatie financiële lasten
De koepels hebben zich in het overleg constructief opgesteld over de extra maatregelen die de minister nu voorstelt. Maar daarbij hebben zij ook steeds compensatie bepleit voor de financiële lasten en mede op grond daarvan steeds gepleit voor afschaffing van de balans.

Een belangrijke voorwaarde voor het compromis was voor ons dan ook dat de balansregel zou worden getemporiseerd. Deze temporisering moet de liquiditeitseffecten voor het intermediair van het hele pakket maatregelen dat op 1 januari van kracht wordt enigszins matigen. De minister is ons daarin tegemoet gekomen en dat houdt concreet in dat de balans afsluit- versus doorlopende provisie er de komende jaren als volgt komt uit te zien:

  • in 2008 70% / 30%
  • in 2009 extra jaar 70% / 30%
  • in 2010 60% / 40%
  • in 2011 50% / 50%

Daarbij is afgesproken dat de balansregel in 2010 wordt geëvalueerd om te bezien of het marktgedrag aanleiding geeft om per 2011 de regel al dan niet voort te zetten. Onderzocht zal worden of en in hoeverre de positie van de klant daadwerkelijk is verbeterd. Uit het onderzoek moet dus ook blijken of het intermediair dan daadwerkelijk transparant werkt en de klant invloed heeft op de prijsvorming van de dienstverlening. Mocht dat inderdaad blijken het geval te zijn dan is er geen aanleiding de balans verder in stand te houden. De OvFD zal zich zeer beijveren die situatie te bereiken.

Daartoe is in de voorstellen een evaluatiemoment in 2010 voorzien. Indien dan blijkt dat het pakket aan harmonisatiemaatregelen voldoende is om misselling te voorkomen, kan de adviesmatch van tafel. Deze is immers in het leven geroepen om misselling te voorkomen, maar is nu ingehaald door de harmonisatievoorstellen. De koepels zijn daarom zeer verbolgen over het feit dat de minster een balans van 50/50 als uitgangspunt blijft hanteren en afschaffing van de balans bij de evaluatie in 2010 bij voorbaat lijkt uit te sluiten.

Uitbreiding reikwijdte
Ook niet complexe hypotheken vallen onder de voorgestelde transparantiemaatregelen, die verder ook gaan gelden voor alle bankspaarproducten en effectenhypotheken. Omdat dit bancaire producten zijn verbetert hierdoor de concurrentiepositie van het intermediair. Banken kunnen niet langer roepen dat bepaalde diensten of producten ´gratis´ zijn. Winstpunt is dat de balansregel niet wordt uitgebreid naar niet-complexe hypotheken.

Bonussen
De OvFD is echter zeer teleurgesteld met het feit dat de minister ondanks eerdere toezegging via het consultatiedocument, nu alle vormen van bonusprovisies, dus ook de kwaliteitsgerelateerde, wil verbieden. Aanvankelijk zouden alleen de omzetgerelateerde bonussen worden verboden en mochten de kwaliteitsgerelateerde bonussen blijven bestaan. Volgens de minister zou een onderscheid tot te grote administratieve lasten voor de AFM gaan leiden en hij heeft daarom een totaalverbod neergelegd. Volgens de minister betekent het totaalverbod op bonusprovisies overigens niet dat de tussenschakels (service providers) de ´nek wordt omgedraaid´, zij mogen immers afspraken maken over beloning voor verleende diensten via uitbesteding, via reguliere provisie en door het intermediair te laten betalen voor verleende diensten.

De koepels hebben veel van hun inzet bij de kamerleden teruggezien in het overleg. Zo is met name het belang van een gelijk speelveld benadrukt en heeft de minster de opdracht gekregen om snel met administratieve lastenverlichting te komen. Inmiddels is de OvFD al actief in een werkgroep bij het Ministerie die administratieve lastenverlichting beoogt.

De inzet van alle overleggen was echter om te komen tot harmonisatie, waarbij Mifid leidend is. Het nu voorgenomen totaalverbod valt buiten de harmonisatie, en is in tegenspraak met Mifid. Wij hebben hier via onze reactie op de consultatie van het Bgfo kostentransparantie fel op gereageerd. We zijn nu in afwachting van het definitieve standpunt van het ministerie.

Het spreekt voor zich dat wij u op de hoogte houden van verdere ontwikkelingen.

Inducement-norm
De OvFD heeft ook gereageerd op het consultatiedocument van de AFM waarin de visie met betrekking tot beleggingsondernemingen en provisie, oftewel de inducementnorm uit het Bgfo, is neergelegd.

Intermediairs die gebruik maken van het nationaal regime Mifid hebben met deze uitleg van de AFM ook te maken. De OvFD heeft een formele reactie gestuurd over de wijze waarop de inducement-norm moet worden uitgelegd. Over de interpretatie van de inducement-norm voor de rest van de financiële dienstverlening (dus los van beleggingsondernemingen) vindt nog overleg plaats.






Organisatie van Financiële Dienstverleners (OvFD)
Postbus 4
4260 AA Wijk en Aalburg
Telefoonnummer:
06 - 46 27 34 38
E-mail:
info@OvFD.nl




Let's build IT Online marketing